Navigatie: OnderhoudControle & Onderhoud noodverlichting

Controle & Onderhoud noodverlichting
 
Noodverlichtingen dienen volgens de Arbo wet  en het  gebruiksbesluit jaarlijks gecontroleerd te worden.

Een essentieel onderdeel van de veiligheid is, hoe vinden we de weg naar buiten in voor ons vreemd  en rokerig gebouw zonder aanduidingen. Ons oriëntatie vermogen  laat ons in dergelijke omstandigheden behoorlijk in de steek dus voorzieningen die ons helpen de uitgang te vinden zijn van levensbelang.


Wet- en regelgeving over noodverlichting


Diverse normen, wetten en regels gaan over noodverlichting.  Zo is er het bouwbesluit, dat samen met de gemeentelijke bouwverordening bepaalt hoe de noodverlichting in úw gebouw geregeld moet zijn. De bouwverordening eist bovendien jaarlijks onderhoud, wat óók in de Arbowet verplicht gesteld is. Daarnaast schrijft de norm NEN 6088 voor welke pictogrammen u moet hebben. Het woord ‘UIT’ mag bijvoorbeeld niet meer. De normen NEN 1010 en NEN 1838 houden zich bezig met de minimale lichtsterkte.

Het is om deze redenen dat de noodverlichtingsarmaturen en vluchtweg aanduidingen aan een jaarlijks onderhoud onderworpen worden waarbij de wetgeving verlangt dat de lampen minimaal 1 uur gaan en blijven branden bij stroomuitval. Daarom dienen de accu's éénmaal per 4 a 5 jaar vervangen te worden, om de brandtijd van 1 uur te kunnen garanderen.

Controles bestaan uit:
Controleprocedures decentrale noodverlichting
  1. Visuele inspectie
  2. Vaststellen laatste controledatum
  3. Onderzoek buitenkant
  4. Functietest armatuur
  5. Vervanging fl uorescentiebuis (optie)
  6. Onderzoek binnenkant (steekproef)
  7. Afronding controle